Iedereen zit in een kring op een stoel. De begeleider stelt om de beurt aan iedereen in de kring een vraag. Is jouw antwoord 'ja', dan schuif je een plaats naar rechts, is je antwoord 'nee', dan blijf je zitten. Zo komen er spelers op elkaars schoot te zitten. Bij de volgende vraag is enkel nog het antwoord van de onderste persoon geldig. Deze persoon verhuist dan samen met iedereen die op zijn schoot zit.
Variant: Ieder om beurt stelt een ja/nee vraag aan de hele groep, niet enkel de begeleider.