Alle cursisten krijgen een sticker op hun rug geplakt. Daar staat een woord op. Die woorden horen in duo’s bij elkaar (bv. Romeo en Julia, appel en peer, kip en haan, circusdirecteur en acrobaat, tennisracket en bal). De cursisten zoeken hun partner door vragen te stellen over zichzelf, die alleen beantwoord mogen worden met ja of nee. Duo’s die voltallig zijn, gaan op de grond zitten.